Abstract :
[en] This paper analyses the urban structure of Belgium with a particular focus on the position and spatial influence of the Brussels-Capital Region. It aims to update the delineation of Belgian urban regions using recent data (Census 2021) and to assess the urban hierarchy and dynamics of population and employment across the country. The study combines the traditional Belgian “urban regions” methodology with the French INSEE “functional urban areas” approach, introducing a more automated, transparent, and replicable framework based on open-access spatial and statistical data.
Urban regions are defined through three complementary components: the Major Urban Pole (PUM), corresponding to the morphological agglomeration; the suburban belt, identified through multi-criteria functional interactions; and the outer commuter zone (ZRMA), based on commuting flows. Together, these components form Urban Residential Complexes (CRU), which constitute the analytical unit for examining urban hierarchy and territorial dynamics.
The results identify 32 major urban poles in Belgium, of which 17 qualify as full urban regions. Brussels overwhelmingly dominates the national urban system, with approximately 2.9 million inhabitants and 1.3 million jobs within its CRU, far ahead of Antwerp, Ghent, Liège, and Charleroi. The analysis highlights strong regional disparities: while urban growth in Flanders and Brussels remains concentrated in central areas, Wallonia exhibits more dispersed development patterns, with stronger demographic and employment growth in peripheral zones.
The study also reveals a polycentric spatial structure, particularly around Brussels, where multiple secondary urban poles and multipolarised territories coexist. The influence of Brussels extends far into Wallonia but is more limited in Flanders due to stronger competition from nearby urban centres. These findings underscore the importance of considering functional urban areas beyond administrative boundaries.
From a policy perspective, the results emphasize the need for enhanced interregional coordination, better management of urban sprawl, and strategies adapted to differentiated territorial dynamics. The proposed methodological improvements provide a robust framework for monitoring urban evolution and informing spatial planning, mobility, and economic development policies.
[fr] Cet article analyse la structure urbaine de la Belgique en mettant l’accent sur la position et l’influence spatiale de la Région de Bruxelles-Capitale. Il vise à actualiser la délimitation des régions urbaines belges à partir de données récentes (Census 2021) et à évaluer la hiérarchie urbaine ainsi que les dynamiques démographiques et d’emploi à l’échelle nationale. L’étude combine la méthodologie belge traditionnelle des « régions urbaines » avec l’approche française des « aires urbaines » de l’INSEE, en proposant un cadre plus automatisé, transparent et reproductible fondé sur des données ouvertes.
Les régions urbaines sont définies à partir de trois composantes complémentaires : le Pôle Urbain Majeur (PUM), correspondant à l’agglomération morphologique ; la banlieue, identifiée à partir de critères fonctionnels multicritères ; et la Zone Résidentielle des Migrants Alternants (ZRMA), définie sur la base des flux de navettes domicile-travail. Ensemble, ces composantes forment les Complexes Résidentiels Urbains (CRU), unité d’analyse permettant d’examiner la hiérarchie urbaine et les dynamiques territoriales.
L’analyse met en évidence 32 pôles urbains majeurs en Belgique, dont 17 constituent de véritables régions urbaines. Bruxelles domine largement le système urbain national, avec environ 2,9 millions d’habitants et 1,3 million d’emplois au sein de son CRU, loin devant Anvers, Gand, Liège et Charleroi. Les résultats révèlent également de fortes disparités régionales : tandis que la croissance urbaine en Flandre et à Bruxelles reste concentrée dans les zones centrales, la Wallonie se caractérise par des dynamiques plus dispersées, avec une croissance plus marquée dans les périphéries.
L’étude met aussi en évidence une structure spatiale polycentrique, particulièrement autour de Bruxelles, où coexistent plusieurs pôles urbains secondaires et des territoires multipolarisés. L’influence de Bruxelles s’étend largement en Wallonie, mais est plus limitée en Flandre en raison de la concurrence d’autres centres urbains proches. Ces résultats soulignent l’importance de considérer les espaces urbains fonctionnels au-delà des frontières administratives.
D’un point de vue politique, ces résultats mettent en évidence la nécessité de renforcer la coordination interrégionale, de mieux encadrer l’étalement urbain et de développer des stratégies adaptées à des dynamiques territoriales différenciées. Les améliorations méthodologiques proposées offrent un cadre robuste pour suivre l’évolution des villes et orienter les politiques publiques en matière d’aménagement du territoire, de mobilité et de développement économique.
[nl] Dit artikel analyseert de stedelijke structuur van België, met bijzondere aandacht voor de positie en de functionele invloed van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het doel is om de afbakening van de Belgische stadsgewesten te actualiseren op basis van Census 2021 en om de stedelijke hiërarchie en recente demografische en economische ontwikkelingen in kaart te brengen.
De studie combineert de Belgische methode van stadsgewesten met de INSEE-benadering van 'aires urbaines'. De afbakening gebeurt op een reproduceerbare en geautomatiseerde manier, op basis van open ruimtelijke en statistische data. Stadsgewesten worden gedefinieerd via drie componenten: de groot stedelijk centrum (GSC), die overeenkomt met de morfologische agglomeratie; de banlieue, bepaald via een multicriteria-analyse van functionele interacties; en de forensenwoonzone, gebaseerd op pendelstromen. Deze componenten vormen samen het stedelijk leefcomplex (SLC), dat als analysekader wordt gebruikt.
De analyse identificeert 32 GSC in België, waarvan 17 stadsgewesten zijn. Brussel neemt een dominante positie in, met ongeveer 2,9 miljoen inwoners en 1,3 miljoen arbeidsplaatsen binnen zijn CRU. Antwerpen volgt op afstand, terwijl Gent en Luik een intermediaire positie innemen. Charleroi blijft duidelijk kleiner en vertoont een zwakkere dynamiek.
De resultaten wijzen op duidelijke regionale verschillen. In Vlaanderen en in het Brusselse geheel concentreert de groei zich voornamelijk in de centrale stedelijke zones. In Wallonië daarentegen is de groei meer verspreid en sterker aanwezig in perifere zones. Deze tendensen gelden zowel voor de bevolking als voor de werkgelegenheid.
Daarnaast bevestigt de studie het polycentrische karakter van de Belgische stedelijke structuur. In de omgeving van Brussel functioneren meerdere secundaire stedelijke polen en multipolaire gebieden. De invloed van Brussel strekt zich ver uit in Wallonië, terwijl deze in Vlaanderen beperkter is door de aanwezigheid van nabijgelegen stedelijke centra.
Tot slot wijzen de resultaten op de noodzaak van een functionele benadering van stedelijke gebieden die verder gaat dan administratieve grenzen. Dit heeft implicaties voor ruimtelijke ordening, mobiliteit en economische ontwikkeling, en onderstreept het belang van interregionale afstemming en beleid op maat van verschillende territoriale dynamieken.